|
Onderzoek effect halvering meetfrequentie op berekende trend kustlijnliggingElk jaar wordt door RIKZ aan de hand van de kustlijnliggingen van de afgelopen jaren gekeken of aan een norm van een basiskustlijn wordt voldaan. De bedoeling van de jaarlijkse toetsing is het tijdig signaleren van een kustachteruitgang langs de Nederlandse kust. Met lineaire regressie wordt uit de kustlijnliggingen van de afgelopen jaren de kustlijnligging van het komende jaar en de lineaire trend berekend. Een vergelijking tussen de voorspelde kustlijn en de lineaire trend met de basiskustlijn leert of aan de norm wordt voldaan. ![]() In bovenstaande grafiek is de lineaire trend positief en de voorspelde kustlijn (TKL) zit net onder de basiskustlijn (BKL). De vraag is wat de invloed is van het halveren van de meetfrequentie. Voor de analyse worden de kustlijnliggingen verdeeld in 'alle', 'even' en 'oneven' jaren. Waarbij 'alle' de jaarlijkse kustlijnliggingen betreffen en 'even' en 'oneven' de tweejaarlijkse. In onderstaande grafiek is voor dezelfde raai als in bovenstaande grafiek lineaire regressie toegepast op 'alle', 'even' en 'oneven'. ![]() Uit de figuur blijkt dat de verschillen tussen de trends en de TKL's groot zijn. Een halvering van de meetfrequentie heeft bij deze raai grote invloed. In de volgende grafiek wordt een ruimtelijk beeld gegeven van het kustvak Delfland. De kleurverschillen en ook de verschillen tussen waarden van de TKL-BKL's zijn een maat voor de invloed van de halvering van de meetfrequentie en het verschil tussen ‘even' en ‘oneven' jaren. ![]() De kleuren in de figuur hebben de volgende betekenis :
Rode grafieken duiden er op dat aan de norn niet wordt voldaan. Rode raaien komen het meest in aanmerking voor een zandsuppletie. Een uitgebreid verslag is gegeven in het rapport 'Effect halvering meetfrequentie op berekende trend kustlijnligging' (juni 1998) Meer informatie vindt u op Waterland - Dynamisch handhaven van de kust.
|