|
Analyse van de verschillen tussen LRK- en WST-dieptemetingenDieptemetingen voor de nederlandse kust worden uitgevoerd om de veranderingen van de kustligging en de ontwikkelingen van de morfologie van de zeebodem in beeld te brengen. De dieptemetingen worden uitgevoerd vanaf vaartuigen, waarbij met een echolood de diepte onder het vaartuig wordt bepaald. Bij de waterstandsreductie (WST) wordt deze diepte omgerekend door waterstandsmetingen van een meetpaal naar de diepte t.o.v. NAP. Bij de nieuwe LRK-methode wordt d.m.v. satellieten de 3-dimensionale plaatsbepaling van het vaartuig bepaald. De z-positie van het schip t.o.v. NAP wordt continue gemeten, zodat de gemeten diepte direct omgerekend kan worden naar de diepte t.o.v. NAP. Tussen beide meetsystemen treden systematische verschillen op. Een varend vaartuig heeft te maken met squat. Squat is de inzinking ten gevolge van de snelheid door het water. Bij de waterstandsreductie-methode wordt hier niet voor gecorrigeerd. Bij de nieuwe LRK-methode wordt impliciet wel voor dit fenomeen gecorrigeerd. Het gevolg is dat de LRK-methode gemiddeld dieper meet. In dit onderzoek zijn LRK- en WST-metingen tegelijkertijd uitgevoerd met beide meetsystemen op één vaartuig. De metingen zijn dus direct vergelijkbaar en een aantal foutenbronnen spelen geen rol meer. Zouden de LRK- en WST-dieptemetingen op twee verschillende vaartuigen zijn uitgevoerd, dan hebben de vaartuigen een verschil in de getijfase t.o.v. hoogwater, verschillende posities t.o.v. de te varen raai, verschillende golfslag en andere weers- en nautische omstandigheden. Een squatmodel is toegepast op de diepteverschillen tussen de LRK- en WST-dieptemetingen. De dieptemetingen zijn uitgevoerd voor de kust van Delfland en Rijnland. In de onderstaande figuren zijn de een groot aantal resultaten gegeven. Resultaten van de squat-modelleringen van de raaien:
Raai RDA0097.500 [ terug..]
[ terug..]
[ terug..]
[ terug..]
[ terug..]
[ terug..]
[ terug..]
Uit de resultaten blijkt dat het toegepaste squatmodel de gemiddelde niveaus van de diepteverschillen goed kan beschrijven. Het squatmodel wordt onnauwkeurig als het froudegetal groter is dan 0.8. De (laag frequente) fluctuaties in de diepteverschillen worden veelal veroorzaakt door de WST-dieptemetingen. Het unieke van het onderzoek was dat de LRK- en WST-dieptemetingen tegelijkertijd op één vaartuig zijn uitgevoerd. Door de resultaten van het onderzoek te vergelijken met de eerdere onderzoeken van RIKZ/AMO blijkt dat het squatmodel van Delfland vergelijkbaar zijn met de squatmodellen gevonden voor de Markermeer en de Westergat en de Houtvliet. Een uitgebreid verslag is gegeven in het rapport 'Foutenanalyse van de verschillen tussen LRK- en waterstandsgecorrigeerde dieptemetingen' (december 2001).
|