|
Dieptemetingen bij Terschelling
Loodrecht op de kustlijn zijn er door de vaartuigen de Antares en de Oosterom dieptemetingen uitgevoerd. Een foutenbron is dat de vaartuigen niet exakt dezelfde raai varen. In de onderstaande grafiek is de plaats van de metingen gegeven en het afstandsverschil tussen de twee vaartuigen.
In de onderstaande grafiek zijn de dieptemetingen met hun verschillen gegeven van de twee vaartuigen.
Een andere mogelijke oorzaak van de verschillen in de dieptemetingen is de snelheid van een vaartuig. Hoe sneller de boot hoe dieper de boot in het water ligt. Dit verschijnsel wordt de squatgenoemd.
De snelheid van de vaartuigen blijken verschillend te zijn. Aan bovenstaande grafieken is echter niet duidelijk te zien of door het snelheidsverschil het verschil in de dieptemetingen tussen de Antares en de Oosterom is te verklaren. Er zijn maar liefst 344 verschillende combinaties te maken van vergelijkbare meetseries. Er zijn verschillende raaien welke de Antares en de Oosterom gemeenschappelijk bemeten hebben. Hieronder is een histogram gegeven van de gemiddelde diepteverschillen om de 50 meter langs een raai.
De Oosterom meet dus vaak dieper dan de Antares. Mogelijk dat de ijking van de dieptemeetsystemen bij de twee vaartuigen verschillend is. In de volgende histogram zijn de snelheidsverschillen van de twee vaartuigen gegeven.
De Oosterom vaart vaak sneller dan de Antares. Hoe sneller het vaartuig hoe dieper het vaartuig in het water ligt. Dit betekent dat de Oosterom minder diep zou moeten meten dan de Antares. Dit lijkt niet te kloppen met de resultaten in de histogrammen. Echter het snelheidsverschil tussen de twee boten is niet de alles verklarende factor... Een uitgebreid verslag is gegeven in het rapport 'Statistische analyse dieptemetingen' (december 1996). In het vervolgonderzoek 'Nauwkeurigheidsanalyse dieptemetingen' (juli 1997), wordt naast de squat het getij als de belangrijkste foutenbron genoemd.
|