|
|
Voor RIKZ is in het kader van het monitoringsprogramma 'Ligging Kust en Zeebodem' een meetnetoptimalisatie uitgevoerd voor Vak3 in de Westerschelde. Dit meetprogramma heeft als doel de veranderingen van de kustligging en de ontwikkelingen van de morfologie van de zeebodem in beeld te brengen. De vraagstelling is het optimaliseren in de tijd en ruimte van het meetprogramma. In de onderstaande figuur zijn de dieptemetingen van 2000 van het gebied gegeven. De kleurenbalk geeft de koppeling van de kleur met de dieptes in centimeters.
Voor het uitvoeren van het statistische onderzoek zijn correlatie-analyses toegepast en het informatieverlies is geschat door het simuleren van het verlagen van de meetfrequentie. In de onderstaande figuur zijn de gemiddelde autocorrelaties gegeven voor de verschillende deelgebieden van Vak3. De autocorrelaties geven een maat voor de vergelijkbaarheid van de deelgebiedjes in de tijd. Een grote autocorrelatie betekent dat opeenvolgende dieptemetingen in de tijd sterk met elkaar gerelateerd zijn. De autocorrelatie is daarmee indicatief voor de optimalisatie van de meetfrequentie in de tijd.
Uit de figuur blijkt dat de autocorrelaties erg groot zijn in het midden van het gebied. Dit betekent dat de zeebodem hier door de tijd heen weinig veranderd is. Aan de rand van het gebied is de autocorrelatie klein. De grootste veranderingen in de tijd blijken dus aan de rand van het gebied te zijn. Aan de randen zitten ook de diepe geulen. Voor het uitvoeren van de opdracht is het Matlab-programma vak3 ontwikkeld. Het programma geeft inzicht in de resultaten van correlatie-analyses en het informatieverlies bij het simuleren van het verlagen van de meetfrequentie in de tijd en in de ruimte.
|